Vaginale verzakking

De blaas, baarmoeder en endeldarm worden op hun plaats gehouden door verschillende banden en spieren. Als het weefsel dat de organen op hun plaats houdt verzwakt en niet sterk genoeg meer is kunnen een of meerdere organen verzakken en naar buiten komen.

Bij een verzakking zakken de organen onder in de buik naar beneden, meestal in de vagina. De vagina wordt aan drie kanten (compartimenten) door organen begrensd. Aan de voorkant zit de blaas, aan de bovenkant de baarmoeder en aan de achterkant de dikke en de dunne darm.
Prolaps, afkomstig van het Latijnse prolabi, betekent letterlijk ‘vooruitglijden’. In het Nederlands spreken we van een verzakking. Patiënten hebben het vaak over een ‘bal’.

 

    • Blaasverzakking
      Als de blaas uitzakt in de voorkant van de vagina, dan noemen we dat een blaasverzakking of een voorstecompartimentverzakking/vaginavoorwandverzakking. De vaginavoorwand kan zo ver zakken dat de vagina door de blaas tot buiten de ingang van de vagina wordt geduwd. Je ziet dan niet de blaas zelf, maar wel de voorwand van de vagina, met direct daarachter de blaas.
    • Baarmoederverzakking
      Als de baarmoeder verzakt, dan noemen we dat een baarmoederverzakking of een middelstecompartimentverzakking. Als een vrouw geen baarmoeder meer heeft, dan zitten er direct boven de vagina dunne darmen. Deze kunnen ook verzakken, en we spreken dan van een vaginatopverzakking of een middelstecompartimentverzakking.
    • Dikkedarmverzakking
      Als de dikke darm verzakt, dan noemen we dat een dikkedarmverzakking of achterstecompartimentverzakking. In enkele gevallen kunnen er ook dunne darmen in de achterwand van de vagina verzakken; ook dat heet een achterstecompartimentverzakking.

     

    Het verzakken van de organen is een geleidelijk proces. Het eerste deel van het verzakken onttrekt zich aan het zicht en je voelt het ook niet. Pas als de organen tot buiten de vagina zakken, voel je de verzakking niet alleen, maar is deze ook zichtbaar. Een verzakking neemt meestal toe in de loop van de dag. Het kan dus zijn dat de verzakking in de ochtend niet zichtbaar is, maar aan het eind van de dag wel.

     

    • Darmverzakking
      Organen kunnen ook via de anus naar buiten zakken. We spreken dan van een darmverzakking. Meestal is het een deel van de dikke darm dat verzakt in een lager deel van de dikke darm. Als deze verzakking niet tot voorbij de anus komt, dan spreken we van inwendige dikkedarmverzakking. Als deze verzakking wel tot voorbij de anus komt, dan spreken we van uitwendige dikkedarmverzakking. Het is ook mogelijk dat de dunne darm in de dikke darm zakt, en ook hier kan het zijn dat de verzakking tot voorbij de anus komt.

     

    Bij een verzakking kunnen alle combinaties voorkomen. Je kunt een voorste- en achterstecompartimentverzakking hebben, of een verzakking van alle compartimenten. Je kunt zelfs een combinatie hebben van een verzakking via de vagina en een verzakking via de anus.

     

    Een verzakking is niet per se abnormaal. Zo heeft iedere vrouw die vaginaal een kind heeft gebaard, wel enige verzakking, met name van het achterste compartiment. Niet iedere verzakking veroorzaakt klachten. Wel is het zo dat een forsere verzakking meestal meer klachten geeft. Of een verzakking ernstig is of niet, wordt niet bepaald door de grootte van de verzakking, maar door hoeveel hinder je ervan ondervindt.

  • In 2006 vond een groot onderzoek in Brielle plaats om na te gaan hoe vaak een vaginale verzakking voorkomt. De reden om dit onderzoek in Brielle te doen, was dat de meeste vrouwen daar hun hele leven wonen en er dus een heel goed beeld kan worden verkregen van ‘de gemiddelde bevolking’. Er werden 2979 vrouwen van 45 jaar en ouder uitgenodigd om een gynaecologisch onderzoek te ondergaan. Van de vrouwen die op de uitnodiging in gingen, bleek meer dan één op de drie een verzakking te hebben. Dat was niet alleen zo bij vrouwen boven de 70, maar ook bij vrouwen tussen de 45 en 50 jaar oud. Meer dan de helft van de vrouwen had weleens ongewenst urineverlies (incontinentie), één op de tien vrouwen was weleens incontinent voor ontlasting en één op de tien vrouwen zag af en toe iets uit de vagina komen. Dit onderzoek liet zien dat deze problemen dus heel vaak voorkomen. Omdat de meeste vrouwen niet gemakkelijk over dit soort klachten praten, wordt er weinig gesproken over verzakking en de klachten die dat kan veroorzaken.

     

    Niet alle vrouwen die een verzakking hebben, worden daarvoor behandeld. Dat ligt niet alleen aan de mate van de verzakking en de hinder die patiënten ervan ondervinden. Veel vrouwen weten niet wat er aan de hand is, maar schamen zich voornamelijk en zijn zo onzeker dat ze nooit bij een arts terechtkomen.

     

    Het verschil tussen het aantal vrouwen dat klachten van een verzakking heeft en het aantal vrouwen dat daarvoor wordt behandeld is daarom heel groot. Verderop in dit boek kun je lezen dat een verzakking Dit kan onder andere kan worden verholpen door een operatie. In de Verenigde Staten ondergaat één op de tien vrouwen ten minste eenmaal een operatie vanwege een verzakking. Helaas is de kans dat een verzakking terugkomt vrij groot. We noemen dat een recidief. Bij sommige operaties is de kans op een recidief wel 50 procent. Niet alle vrouwen met een recidief hebben hier zoveel last van dat ze opnieuw geopereerd moeten worden. Er zijn ook vrouwen die wel last hebben van een recidief, maar die niet meer geopereerd willen worden. Ze zijn teleurgesteld in het resultaat van de operatie, ze kunnen het niet meer opbrengen, of ze hebben geen vertrouwen in een volgende operatie. Niet iedereen met een recidief wordt dus opnieuw geopereerd. Toch zijn er onderzoeken die aantonen dat één op de drie operaties vanwege een teruggekeerde verzakking wordt uitgevoerd.

  • Het ontstaan van een verzakking is vaak een opeenstapeling van factoren. Als je er aanleg toe hebt, en vaginaal bevalt, dan groeit de kans op een verzakking naarmate je ouder wordt. Heb je extreme aanleg (genetisch bepaald) dan is de kans nog groter.

     

    Er zijn veel redenen waarom iemand een verzakking krijgt. Het begint met zogenoemde voorbeschikkende of predisponerende factoren (zie tabel 1). Dat betekent bijvoorbeeld dat je als vrouw meer kans hebt op een verzakking dan als man. Ook de genetische component speelt een rol. Veel vrouwen met een verzakking hebben een moeder en/of een zus met een verzakking. Verder is het zo dat blanke vrouwen vaker een verzakking hebben dan Afro-Amerikaanse vrouwen. Dat heeft te maken met de types collageen (steunweefsel) die verschillende rassen hebben.

     

    Een aantal factoren lokt een verzakking uit. De belangrijkste uitlokkende factor is een vaginale baring. Bij vrouwen die niet bevallen zijn, komt een verzakking zelden voor. Ook de zwangerschap en dan vooral de laatste zestien weken daarvan, is een risicofactor. Andere uitlokkende factoren zijn operaties in het kleine bekken (zoals het verwijderen van de baarmoeder), spierziekten (myopathie) en zenuwaandoeningen (neuropathie).

     

    Omstandigheden waardoor overmatige druk op de bekkenbodem wordt uitgeoefend, bevorderen het ontstaan van een verzakking. Denk bijvoorbeeld aan obstipatie, waardoor je dagelijks moet persen als je je ontlast. Ook als je te zwaar bent is de druk op de bekkenbodem veel groter bij hoesten, tillen, persen en andere activiteiten dan bij een gezond gewicht. Longaandoeningen die gepaard gaan met chronisch hoesten bevorderen een verzakking ook.

     

    Er zijn bevorderende factoren die niet zo veel voorkomen, maar wel relevant zijn. Een trompettiste die elke dag in een orkest op een instrument blaast, oefent daardoor overmatig veel druk op haar bekkenbodem uit. Ook een turnster die dagelijks vele malen springt en bij de landing hard op de grond komt, heeft een verhoogd risico op een verzakking.

     

    orbeschikkende

    factoren

    Uitlokkende factoren Bevorderende factoren Decompenserende factoren
    genetisch

    ras

    (blank >

    donker)

    geslacht

    zwangerschap en bevalling

    operaties in het kleine bekken, zoals verwijdering van de baarmoeder

    myopathie

    neuropathie

    obesitas

    roken

    longziekten

    beroep

    (zwaar tillen)

    obstipatie

    ouderdom

    menopauze

    neuropathie

    myopathie

    slechte algehele conditie

    medicatie

    Tabel 1 Risicofactoren voor het ontstaan van een genitale prolaps.

     

  • Als je iets uit je vagina of uit je anus ziet komen, hoef je daar niet van te schrikken. Zelfs als het bloedt, hoef je niet bang te zijn dat er iets ernstigs aan de hand is, zoals kanker. Een verzakking doet meestal geen pijn. Je hoeft er ook geen hinder van te ondervinden, maar soms geeft het veel klachten.

     

    Prolapsklachten worden gekenmerkt door een zwaar gevoel onder in de buik of in de vagina, dat erger wordt in de loop van de dag. Je kunt ook het gevoel hebben dat er een bal in je vagina zit of dat hij via je vagina naar buiten komt. Soms heb je rugpijn, maar als je ’s ochtends liggend in bed al rugpijn hebt, dan is het waarschijnlijk dat er een andere oorzaak voor is. Vaak wordt gedacht dat een verzakking ook buikpijn kan veroorzaken, maar dat komt niet vaak voor.

     

    Verder hebben vrouwen klachten die ontstaan door bekkenbodemproblemen. De bekkenbodem heeft drie belangrijke functies:

    • bij het plassen
    • bij het ontlasten
    • bij de seks.

     

    Als de bekkenbodem niet goed functioneert ontstaan op die gebieden de problemen.

     

    Problemen met plassen
    Veel vrouwen met een verzakking klagen erover dat het plassen moeilijk gaat. De straal is slap en de urine sproeit soms alle kanten op. Het lukt ook niet om de blaas goed te legen. Dat komt doordat de verzakking in de weg zit. Het kan zelfs voorkomen dat je je blaas terug naar binnen moet duwen, om de blaas goed leeg te kunnen plassen.

     

    Vrouwen die hun blaas niet goed kunnen leegplassen hebben een verhoogd risico op blaasontsteking. Heb je die vaker dan vier keer per jaar, dan spreken we van terugkerende blaasontsteking. Vrouwen met een verzakking hebben daar in veel gevallen last van.

     

    Ook urine-incontinentie komt veel voor. Er zijn twee soorten urine-incontinentie:

    • stressincontinentie, wat niets te maken heeft met gestrest zijn, maar wel met drukverhoging. Je verliest dan urine als je hoest, lacht, niest, en, in ernstige gevallen, zelfs als je onverwacht moet bewegen of opstaat.
    • aandrangincontinentie, wat betekent dat je aandrang krijgt en dat je dan zo nodig moet plassen dat het plassen al begint voordat je bij de wc bent.

     

    Bij stressincontinentie verlies je vaak druppels, soms scheuten urine, bij aandrangincontinentie kun je zelfs je hele blaasinhoud verliezen.

     

    Aandrangincontinentie komt vaak voor met onverwachte, hinderlijke aandrang om te plassen (urgency) en vaak moeten plassen (frequency). Wat vaak plassen betekent, is erg persoonlijk, maar toch is er een definitie van. Vaak plassen overdag is vaker dan zeven keer op een dag, en vaak plassen ’s nachts is vaker dan één keer per nacht. Urgency, frequency en aandrangsincontinentie zijn overactieve-blaasklachten en komen vaak samen voor.

     

    Problemen met ontlasten
    Een van de meest voorkomende klachten van een verzakking is obstipatie. We spreken van obstipatie als je vaak moet persen en minder dan drie keer per week ontlasting hebt. Bij veel vrouwen is de verzakking ontstaan als gevolg van obstipatie en door het veelvuldig persen. Als de verzakking wordt geopereerd, is de kans groot dat de obstipatie nog steeds bestaat. Maar het komt regelmatig voor dat de obstipatie het gevolg is van de verzakking. De patiënt kan dan haar ontlasting niet kwijt, omdat de verzakking in de weg zit. Als het met persen nog steeds niet lukt om te ontlasten, dan kan het nodig zijn om met de vingers te helpen. We noemen dat ‘digitale ondersteuning’. Sommige vrouwen duwen via de vagina de ontlasting uit de vagina. Maar er zijn ook vrouwen die op hun perineum, billen of bovenbenen drukken, omdat daardoor het samentrekken van de darm sterker wordt en het dan soms wel lukt om de ontlasting kwijt te raken.


    Als het uiteindelijk toch niet lukt om de ontlasting kwijt te raken is er sprake van incomplete evacuatie. Vrouwen ervaren het niet goed leeg krijgen van de endeldarm als heel onplezierig.


    Vrouwen met een verzakking hebben vaker ongewenst verlies van ontlasting dan vrouwen zonder een verzakking. Het is belangrijk dat je weet of je dunne of vaste ontlasting verliest. Als de ontlasting zo dun als water is, dan heeft iedereen moeite dat op te houden. Het is dus zo dat de ernst van het ontlastingsverlies afhangt van de consistentie van de ontlasting die verloren wordt. Als je vaste ontlasting verliest, dan is de incontinentie veel erger en hinderlijker. Vrouwen kunnen ook ongewild vocht uit de anus verliezen. We noemen dat
    soiling. Dit vocht kan de huid rondom de anus irriteren en is heel hinderlijk. De zogenaamde remsporen in het ondergoed zijn een verschijnsel van soiling. Omdat het dus mogelijk is dat je ontlasting uit de anus kunt verliezen, maar ook vocht, spreekt men in dat geval van anale incontinentie. Vroeger heette dat fecale (ontlastings)incontinentie, maar die vlag dekte de lading niet. Ook het ongewild laten lopen van winden (flatusincontinentie) hoort bij de anale incontinentie. Veel vrouwen generen zich daar heel begrijpelijk voor.

     

    Een ander typisch probleem met de ontlasting bij vrouwen met een verzakking is het gevoel van loze aandrang. Dat betekent je het gevoel hebt dat er ontlasting moet komen, maar eenmaal op het toilet komt er niets. Het komt doordat een verzakking hetzelfde gevoel veroorzaakt als ontlasting. Uit angst om ontlasting te verliezen gaat iemand dan vervolgens continu naar het toilet zonder dat er iets gebeurt

     

    Problemen in het seksleven
    Het kan zijn dat het niet lukt om gemeenschap te hebben omdat je voelt dat er iets in de weg zit. Een forse verzakking hoeft echter prettige seks niet in de weg te staan. Het kan ook zijn dat jij en je partner helemaal geen last hebben van de verzakking. Het verschilt dus enorm van vrouw tot vrouw. Ervaar je problemen, kaart dat dan aan bij je behandelend arts.

     

    Het grootste probleem op seksueel gebied is dat een verzakking ertoe kan leiden dat je minder zin hebt in seks. Dat komt vooral doordat een verzakking het zelfbeeld verstoort. Vrouwen met een verzakking vinden zichzelf vaak minder aantrekkelijk, ze hebben daardoor minder zin en worden minder vochtig. Een aantal van hen heeft pijn bij penetratie, waarschijnlijk doordat de vagina vaak iets droger is als er een verzakking van betekenis is. Een andere reden is dat sommige vrouwen met een verzakking hun bekkenbodemspieren overmatig aanspannen als reactie op de verzakking. We noemen dit hypertonie (overmatige spanning) van de bekkenbodem. Bij deze vrouwen is penetratie pijnlijk omdat de hypertonie zorgt voor minder ruimte bij de ingang van de vagina. Wat belangrijk is om te weten is dat je er niets beschadigd kan raken als je seks hebt.

  • Als je geen klachten van een verzakking hebt, dan is het niet nodig om er iets aan te laten doen. Wel is het verstandig om in ieder geval één keer door een arts onderzoek te laten doen en bevestigd te horen dat het inderdaad om een verzakking gaat. Als in de toekomst de klachten eventueel verergeren, dan kan een vergelijking worden gemaakt en ingeschat worden of de verzakking zich snel ontwikkelt of niet. Ook kan de arts kijken of het inderdaad een verzakking is en er niet eventueel toch iets anders aan de hand is.

     

    Een veel voorkomend misverstand is dat het beter is om nu een operatie te ondergaan, dan over een paar jaar, omdat een operatie gevaarlijker zou zijn op hogere leeftijd. Omdat niet zeker is dat een verzakking erger wordt in de komende tijd, is niet met zekerheid te zeggen dat je er meer klachten van gaat krijgen. Als je op dit moment dus niet zoveel klachten hebt dat je daar een operatie voor over hebt, kan het zijn dat er ook nooit zoveel klachten gaan ontstaan. Het is belangrijk pas geopereerd te worden als je veel hinder ervaart van de verzakking, omdat je anders nauwelijks verbetering zult ervaren door een operatie. De operaties kunnen tot op hoge leeftijd (zelfs boven de 90 jaar) worden uitgevoerd, en zijn niet zoveel gevaarlijker op hoge leeftijd dat de arts dan niet meer bereid is om te opereren. Ook is het niet zo dat de succeskans van een operatie verkleint als je langer wacht of ouder bent op het moment van de operatie.

     

  • Als je klachten hebt, ga je naar de huisarts. Die onderzoekt je en kan vaststellen of je een verzakking hebt. Is dat zo, dan kom je bij de gynaecoloog terecht. Daar onderga je uitgebreider onderzoek en wordt waarschijnlijk een echo gemaakt om uit te sluiten dat er afwijkingen zijn aan de baarmoeder of eierstokken.

     

    Als je de huisarts bezoekt met je klachten zal hij of zij willen weten wanneer de klachten begonnen zijn. Ook moet je vertellen of je problemen hebt met plassen, de ontlasting en/of de seks. De huisarts wil ook weten hoeveel hinder je van de verzakking ondervindt en wat je geprobeerd hebt om de klachten te verminderen. De huisarts stelt ook vragen over je gezondheid in het algemeen, eventuele medicijnen die je gebruikt, en of je gezond leeft (sporten, roken, alcoholgebruik). Ook komt vaak aan de orde of je zwaar werk doet en bijvoorbeeld veel moet tillen.

     

    Daarna vraagt de huisarts om je van onder uit te kleden zodat er gekeken kan worden of er inderdaad een verzakking is. Soms is de verzakking bij de huisarts niet goed zichtbaar, bijvoorbeeld omdat het onderzoek in de ochtend plaatsvindt, of omdat je niet goed durft te persen. Belangrijk is dan om het onderzoek te herhalen aan het einde van een drukke dag. Het kan ook zijn dat je verzakking als je ligt niet goed te zien is, maar wel als je staat. Geef dat vooral aan, want dan kun je beter worden onderzocht als je staat.

     

    De huisarts kijkt niet alleen of er een verzakking is, maar onderzoekt ook de huid rondom de vagina en de anus. Zo is het bijvoorbeeld goed te zien of je ooit uitgescheurd of ingeknipt bent en of de huid nog goed doorbloed is (wat na de overgang soms niet het geval is). Er zal aan je gevraagd worden om te persen en te knijpen. Zo is te zien of je je bekkenbodemspieren goed kunt aanspannen.

     

    Als je aangekleed bent, kan de huisarts je meteen vertellen of je een verzakking hebt. Ook krijg je te horen wat er verzakt is. Als je problemen hebt met plassen kan het zijn dat je urine wordt onderzocht in de praktijk om te kijken of je geen blaasontsteking hebt. Soms is het nodig om de urine verder te laten onderzoek en wordt het ‘op kweek’ gezet. Je krijgt dan na een paar dagen de uitslag.

     

    Het onderzoek dat de huisarts doet is niet pijnlijk en duurt niet lang. Misschien vindt je het onaangenaam om een gynaecologisch onderzoek te moeten ondergaan, maar realiseer je dat de huisarts dit heel vaak doet en daar dus handigheid in heeft.

  • Als de huisarts heeft vastgesteld dat er sprake is van een verzakking, word je verwezen naar de gynaecoloog. De gynaecoloog stelt vaak dezelfde vragen als de huisarts. Misschien neemt de gynaecoloog er iets meer tijd voor. Ook het gynaecologisch onderzoek is grotendeels vergelijkbaar met het onderzoek dat de huisarts heeft gedaan. Het kan zijn dat de gynaecoloog een betere onderzoeksstoel heeft dan de huisarts zodat een verzakking nog beter onderzocht kan worden. Het grootste verschil is dat de gynaecoloog soms aanvullend onderzoek doet, hetgeen voor een huisarts niet mogelijk is.

  • Zolang je niet veel hinder hebt van je verzakking hoef je je niet te laten behandelen. Wel bestaan er leefstijladviezen die je kunt opvolgen, zodat de verzakking niet verergert.

     

    Leefstijladviezen zijn bedoeld om een betere gezondheidstoestand na te streven. Voorbeelden zijn: stoppen met roken om longkanker te voorkomen, betere voeding om obstipatie te voorkomen en werk-gerelateerde adviezen om stress- dan wel lichamelijke belasting te verminderen.

     

    Omdat aangetoond is dat een hogere druk in de buik een risicofactor is voor het ontstaan van een verzakking, zijn leefstijladviezen bij vrouwen met een verzakking met name bedoeld om de buikdruk te verlagen.

     

    Overgewicht
    Een veel voorkomende reden van hoge buikdruk is overgewicht, een probleem dat steeds vaker voorkomt, namelijk van ruim 5 procent begin jaren tachtig tot bijna 12 procent in 2009. Matig overgewicht (BMI 25-30 kg/m2) onder volwassenen nam toe van 28 naar 36 procent (CBS 2012). Van de vrouwen boven de vijftig jaar, heeft 50 procent matig tot ernstig overgewicht. Vrouwen die medische hulp zoeken voor prolapsklachten hebben een hoger BMI dan gemiddeld.Uit onderzoek is gebleken dat operaties vanwege overgewicht resulteren in een afname van verzakkingsklachten. Zelfs de mate van verzakking neemt af na zo’n operatie. Bij afvallen is niet goed onderzocht of het resultaat ook zo goed is, maar theoretisch is dat wel het geval omdat de druk in de buik afneemt. Daarom wordt aan iedereen met een verzakking en overgewicht, het advies gegeven om alles in het werk te stellen om af te vallen.

     

    Hoesten en obstipatie
    Ook van veel hoesten is aangetoond dat er een relatie bestaat met verzakking. Niet iedereen kan zomaar stoppen met hoesten, omdat er soms een probleem is met de longen, maar het is wel belangrijk om te kijken of er iets aan het hoesten gedaan kan worden. Hetzelfde geldt voor obstipatie. Als je altijd perst tijdens het ontlasten dan is er veel meer kans op beschadiging van de bekkenbodemspieren. De huisarts kan helpen om de ontlasting gemakkelijker te laten verlopen door middelen voor te schrijven die dat stimuleren, maar zelf kun je door vezelrijk te eten al heel veel aan de ontlasting verbeteren.

     

    Zwaar werk
    In een onderzoek verricht in de jaren negentig werd aangetoond dat er een relatie bestaat tussen een beroep met veel lichamelijke inspanning (tilwerk) en het ontstaan van een verzakking. Alhoewel niet is aangetoond dat stoppen met zwaar werk de verzakking ongedaan maakt, is het wel aannemelijk dat bij het stoppen van zwaar werk de kans op het verergeren van een verzakking afneemt. Ook de kans dat je een verzakking terugkrijgt na een operatie wordt waarschijnlijk kleiner als je geen zwaar werk meer doet.

     

    Roken
    Minder goed onderzocht is de relatie tussen roken en een verzakking. Er zijn aanwijzingen dat roken slecht is voor de kwaliteit van het steunweefsel. Of het stoppen met roken de kwaliteit van het bindweefsel verbetert zodat een verzakking zich niet verder ontwikkelt of zelfs verdwijnt, is niet goed onderzocht. Omdat roken meer slecht dan goed doet, is het toch verstandig dat je stopt met roken als je klachten van een verzakking hebt.

    • Probeer veel hoesten te voorkomen. Het is daarvoor belangrijk om niet te roken.
    • Probeer overgewicht te voorkomen of af te vallen als je te zwaar bent.
    • Neem de tijd op het toilet. Veel bekkenbodemproblemen zijn te voorkomen door minder gehaast te plassen en te ontlasten. Het is belangrijk dit op je gemak te doen en je zoveel mogelijk te ontspannen.
    • Adem goed door als je bukt, buigt en tilt. Houd de adem dus niet in.
    • Goed zitten en ontspannen bewegen zijn belangrijk voor de rug en het bekken. De bekkenfysiotherapeut kan je leren hoe je je rug en bekkenbodem zo min mogelijk belast.


Behandelingen

  • Een verzakking is een bekkenbodemprobleem. De bekkenfysiotherapeut helpt je je bekkenbodemspieren op een andere manier te gebruiken, zodat je problemen voorkomt of vermindert.

     

    Bekkenfysiotherapie is bedoeld om te leren hoe je de spieren van de bekkenbodem bewust kunt gebruiken. Je kunt je bekkenbodemspieren zelf niet zien. Dat maakt het misschien moeilijk om ze goed te gebruiken en te oefenen. Een bekkenfysiotherapeut helpt daarbij. Door middel van allerlei oefeningen leer je om de bekkenbodemspieren op een nieuwe manier te gebruiken. Het is belangrijk dat dit normale bewegingen voor je worden, zodat je na verloop van tijd je spieren op een andere manier gebruikt zonder dat je dat door hebt.

     

    Het volgen van bekkenfysiotherapie kan zinvol zijn in de volgende situaties.

    • Bij ongewild verlies van urine en/of ontlasting.
    • Als je vaak heel nodig moet plassen en/of ontlasten, en als dat heel moeilijk tegen te houden is;
    • Als je heel vaak moet plassen en/of ontlasten.
    • Als je niet goed kunt uitplassen of moeite hebt je ontlasting volledig kwijt te raken (het voelt alsof er ontlasting achterblijft in de darmen).
    • Bij een verzakking van de blaas, de baarmoeder of de darmen.
    • Bij pijn in de onderbuik, rond de anus of de geslachtsdelen.
    • Als je seksuele problemen hebt door te hoge of te lage spierspanning in de bekkenbodem of doordat je je bekkenbodemspieren niet goed gebruikt (dat weet je vaak zelf niet, maar een arts of bekkenfysiotherapeut kan dat constateren bij het onderzoek).
    • Voor en na operaties in de onderbuik.
    • Als begeleiding, bewustwording, ontspanning en training van de spieren in en rond het bekken tijdens de zwangerschap en rond de bevalling.
  • Een pessarium is een soort kunststof kapje in de vagina. Hij wordt ook wel ‘ring’ genoemd. Een pessarium kan helpen bij een verzakking. De ring duwt de verzakking terug, waardoor de klachten verminderen of zelfs verdwijnen.

     Klik hier om meer te lezen over een pessarium.

  •  

    Een pessarium en een operatie hebben allebei voor- en nadelen. Het ligt aan je persoonlijke situatie welke voor- en nadelen belangrijk zijn.

     

    Het voordeel van een operatie is dat de klachten vaak definitief zijn opgelost. Een operatie heeft echter ook nadelen:

    • je moet opgenomen worden in het ziekenhuis;
    • het herstel duurt meestal ongeveer zes weken;
    • de verzakking kan terugkomen;
    • heel soms komen er complicaties voor bij een operatie.

     

    Tegenwoordig is een operatie voor bekkenbodemklachten ook op hogere leeftijd mogelijk. Leeftijd is dus geen reden meer om van een operatie af te zien. De voor- en nadelen van een pessarium en een operatie in jouw specifieke situatie, kun je het best met je gynaecoloog of huisarts bespreken.

  • Als de klachten voor jou acceptabel zijn, kun je ervoor kiezen de verzakking niet te behandelen. Je kunt bijvoorbeeld een pessarium laten plaatsen. Bij geringe of matige verzakking kun je bekkenfysiotherapie overwegen. Bespreek deze alternatieven met je gynaecoloog.

     

    Een operatie geeft een goede kans om blijvend van je verzakking af te komen. Zorg ervoor dat je een arts vindt die je goed kan voorlichten over de laatste inzichten.

     

    De meeste operaties vanwege een verzakking kunnen worden uitgevoerd via de vagina. Soms is het nodig een operatie via de buik uit te voeren. Tegenwoordig vinden buikoperaties bijna nooit meer plaats via een snee in de buik maar gaat dat door middel van een kijkoperatie (laparoscopie).

     

    Bij operaties via de vagina wordt soms de baarmoeder verwijderd, maar tegenwoordig wordt deze meestal gespaard. Soms wordt geadviseerd een kunststof matje te gebruiken bij de operatie. Er bestaan dus veel mogelijkheden.

     

    Operaties via de vagina (zonder gebruik van ‘matjes’)

    Je kunt een verzakking hebben van het voorste compartiment (de voorwand van de vagina), van het achterste compartiment (de achterwand van de vagina), of van het middelste compartiment (de baarmoeder als deze er nog is, of de vaginatop als er geen baarmoeder meer is). Bij een verzakking kunnen alle combinaties van verzakte compartimenten voorkomen. Bij een operatie met meerdere verzakte compartimenten, worden verschillende operaties gecombineerd, zodat elk verzakt compartiment hersteld wordt.

     

    Operatie via de buik: (laparoscopische) sacocolpopexie

    Een kijkoperatie vindt altijd plaats onder algemene narcose. Er moet lucht (CO2) in de buik worden geblazen om ruimte te krijgen tussen de buikwand en de darmen. Er worden vier kleine gaatjes in de buik gemaakt. Eerst wordt de vagina losgemaakt van de darm, en soms ook van de blaas. Een kunststof implantaat (matje) wordt bevestigd aan de top en achterwand van de vagina. Vaak wordt een tweede matje op de voorwand van de vagina bevestigd.

     

    De matjes worden aan elkaar vastgemaakt. Via de vagina wordt de baarmoeder of, als er geen baarmoeder meer is, de top van de vagina, omhooggeduwd. Dan wordt het matje vastgemaakt aan het promontorium, dat is het onderste deel van de wervelkolom. Voorkomen wordt dat het middelste compartiment te hoog wordt opgetrokken, want dan kunnen er pijnklachten ontstaan.

Hulp nodig in het maken van een keuze?

Een keuze maken in welke behandeling het meest geschikt zou zijn voor uw klachten kan lastig zijn. We helpen u daar graag bij. We hebben verschillende tools ontwikkeld die u kunt gebruiken bij het maken van uw keuze.